Kan hoogbouw een positieve kwalitatieve bijdrage leveren aan de stad Haarlem? En hoe? Op uitnodiging van het ABC gaven een aantal experts op het gebied van architectuur en stedelijke ontwikkeling hun visie op deze vragen tijdens een besloten livestream op 26 januari jl. Deze digitale bijeenkomst werd georganiseerd in opdracht van de gemeente Haarlem in het kader van de schets Omgevingsvisie én sloot naadloos aan op de tentoonstelling Haarlemse Hoogbouw die nu in het ABC te zien is. Aan het woord komen: Thijs Asselbergs (architectuurcentrale); Hilde Blank, (BVR); Willem Hein Schenk (Stadsarchitect Haarlem); Diederik Dam (Dam & Partners Architecten); Caro van de Venne (Barcode Architects en bestuurslid Stichting Hoogbouw); Minouche Besters (buro Stipo) en Friso de Zeeuw (strategisch adviseur).
Hoogbouw en Afval
Duurzame inzameling en recycling van huishoudelijk- en bedrijfsafval in hoogbouwgebieden staat bij gemeenten hoog op de agenda. Ze stellen steeds strengere eisen rond afvalscheiding en circulariteit. Bovendien speelt het belang van een aantrekkelijke openbare ruimte. Gemeenten proberen daarom het aantal (ondergrondse) afvalcontainers op straat te verminderen en transportbewegingen van afvalinzamelaars terug te brengen. Tegen deze achtergrond heeft JanRutten.com in opdracht van Stichting Hoogbouw en de gemeente Amsterdam eind vorig jaar een digitale workshop georganiseerd rond hoogbouw en afval in het gebied ArenAPoort. Aanvullend zijn enkele recente en in ontwikkeling zijnde projecten onder de loep genomen in Amsterdam en Rotterdam. Daarbij is gekeken naar praktische oplossingen binnen gebouwen (vermalers, stortkokers, serviceruimtes), oplossingen op straat door de inzameling van huishoudelijk- en bedrijfsafval te combineren (slimme logistiek) en ondergrondse afvaltransportsystemen (OAT). Ook kwam aan de orde hoe innovaties te stimuleren of af te dwingen (bijvoorbeeld rond tenders). Opvallend is dat partijen minder technische en financiële hobbels zien, maar dat vooral de organisatie nog wringt. Meer regie en vroegtijdige samenwerking tussen gemeente, vastgoedbedrijven en afvalinzamelaars bij gebiedsontwikkelingen hebben prioriteit.
Stichting Hoogbouw dankt Jan Rutten voor zijn explorerend onderzoek. Het is zinvol om nadere discussies te voeren over Hoogbouw en Afval: hoe afvalverwerking (logistiek) slimmer te organiseren, hoe beter samen te werken en wat zijn te verwachten innovaties, welke rol ligt hier voor ICT. Call to action!
The sky is the limit

Het silhouet van Eindhoven werd lang gedomineerd door kerktorens en fabrieksschoorstenen. De laatste jaren schiet de hoogbouw echter uit de grond. Leerlingen van het Sint-Joriscollege mochten meedenken over het toekomstige aanzicht van hun stad.
Pas in de jaren 1960 kwam de hoogbouw in Eindhoven een beetje op gang. Op de universiteitscampus verrezen nieuwe onderwijstorens en elders in de stad hoge kantoorgebouwen. De eerste echt hoge woontorens verschenen pas eind jaren 1990. Tussen station Eindhoven Centraal en het voormalige fabrieksterrein van Philips, Strijp-S, is onlangs een aantal torens toegevoegd en er liggen plannen klaar om de stad te verdichten met nog meer hoogbouw. Daarmee lijkt de vraag wélke hoogbouwstad Eindhoven wil worden, belangrijker dan ooit. Dat we hoog kunnen wonen en werken is bekend. Maar waarom zouden stedelijke voorzieningen als een parkeergarage, sportcomplex, stadspark en cultureel centrum niet de lucht in kunnen?
The sky is the limit – een profielwerkstuk over hoogbouw in Eindhoven
Over wereldwijde hoogbouw
Inge Janse, adjunct-hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu, interviewt Stefan Al. Stefan studeerde af als architect bij de TU Delft. Sindsdien werkt hij wereldwijd aan de grootste gebouwen en gebieden. Hij is bovendien hoogleraar op meerdere universiteiten, TED-spreker en adviseur voor organisaties als Unesco en de Verenigde Naties.
In deze podcast vertelt hij over zijn ervaringen met bouwen in de drukte van de stad en boven het spoor, de mogelijkheden voor duurzame hoogbouw, plus de kansen én gevaren van hoogbouw voor Nederland.
Omgevingsrechtelijke aspecten 2
De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis spelen. Daarom zet Advocaten van Van Riet in het tweede deel van deze tweeluik de belangrijkste aspecten op een rij; zo komen schaduwwerking, uitzicht en privacy, parkeren en betaalbaarheid / woningbehoefte aan de orde.
Een bijdrage van advocaat Wouter van Galen van Advocaten van Van Riet.
Lees verder >>>
Lees hier het eerste deel van de tweeluik terug, dat inging op de hoogbouwvisie, de plint, windhinder en brandveiligheid.
Omgevingsrechtelijke aspecten 1
Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis spelen. Daarom zet advocaat Wouter van Galen van Advocaten van Van Riet in een tweeluik de belangrijkste aspecten op een rij aan de hand van onder meer voorbeelden en jurisprudentie. In dit deel komen de hoogbouwvisie, de plint, windhinder en brandveiligheid aan de orde.
Iedere gemeente heeft een stedenbouwkundige visie voor een locatie of gebied. Een stedenbouwkundige visie geeft een globaal beeld van zowel de mogelijkheden als beperkingen voor een locatie of een gebied. Initiatiefnemers kunnen aan de hand daarvan zien of een project ruimtelijk kan worden ingepast.
Een hoogbouwvisie is ook een stedenbouwkundige visie, maar dan specifiek gericht op hoogbouw. In een hoogbouwvisie worden veelal locaties of gebieden aangewezen die in meer of mindere mate geschikt zijn voor hoogbouw. Ook wordt in een hoogbouwvisie aangegeven wanneer sprake is van hoogbouw en aan welke voorwaarden de hoogbouw dient te voldoen.
Veel gemeenten beschikken over een hoogbouwvisie. De verschillen tussen de visies zijn groot. Dit heeft veelal te maken met de aan- of afwezigheid van een historische binnenstad, maar dat is zeker niet het enige. Het meest eenvoudige voorbeeld om de verschillen tussen de hoogbouwvisies te benadrukken, is al met de definitie van hoogbouw.
Lees verder de bijdrage van advocaat Wouter van Galen van Advocaten van Van Riet >>>
Gebouwhoogte Nederland
Deze interactieve kaart toont de hoogte van de gebouwen in Nederland. De informatie is gebaseerd op het product 3D gebouwhoogte NL van het Kadaster.
Het in Utrecht gevestigde Webmapper heeft een groot aantal interactieve kaarten en datavisualisaties uitgewerkt door cartografie, webtechnologie en geo te combineren. Het kernwoord is daarbij telkens open, of dit nu over open source-software gaat, open data of open standaarden.
Hoogbouw na corona
“In deze lift kan vast nog iemand bij!”
“Strakke hoogbouwarchitectuur laat moeilijk buitenruimten toe. Dat is mooier!”
“Deze toren biedt plaats aan winkels, kantoren, een hotel met service-appartementen. Wat een dynamiek van mensen!”
Herkenbaar in hoogbouw? En toch onvoorstelbaar sinds kort. Alleen samen krijgen we corona onder controle! Maar het is evenzeer de waarheid dat ieder individu ermee te maken krijgt. Het oncontroleerbaar virus maakt iedereen potentieel verdacht, waardoor de vraag naar individuele bewegingsruimte toeneemt. Balkons en buitenruimten zijn opeens onmisbaar geworden. Past verdichting met hoogbouw nog bij de veranderde zekerheden na de crisis? Ondanks alle onzekerheden en voorzichtigheden tekent zich een eerste denklijn uit.
Wat deze crisis impact geeft, is het onverbiddelijk karakter: een toevallige samenkomst van mensen, met maar één besmette persoon, blijkt naderhand een brandhaard. Hoesten in een volle lift wordt een risico. Het koffiemachine knopje is verdacht. Die willekeur is lastig te vangen in een ideale woon/werkomgeving. Waar in Nederland vooral de dorpse, sociaal hecht samenhangende omgeving getroffen lijkt, ontspringen andere dorpen opvallend genoeg de dans. Nederlandse steden staan vooralsnog niet in de spotlights, maar in het buitenland zijn veel voorbeelden waar juist de dicht opeengepakte stad de kern van besmetting blijkt. In die zin is hoogbouw dus even uitdagend als laagbouw: de opgave is overal.
De overheidsmaatregelen in crisistijd zijn verstrekkend. De persoonlijke actieradius beperkt zich hoofdzakelijk tot de eigen woning. Maar het effect op het sociale leven is vaak veel aanzienlijker dan de opgelegde isolatie: waar de een in hoogbouw woont met voldoende buitenruimte en een vrij uitzicht, moet de ander het doen met een karig Frans-balkon in een stadse omgeving. Nu de werelden ’thuis’ en ‘uit huis’ versmelten, is de kwaliteit van de woonomgeving een belangrijke basis. Nieuwbouw en zeker nieuw-hoogbouw heeft de mogelijkheid op grote schaal een goede kwaliteit van wonen te realiseren. Een groene, ruime, gezonde omgeving met oog voor onder andere hitte-stress en sunspots is daarbij van leefbelang. Het is een bevestiging van de bekende betekenis van ‘buiten kunnen leven’, geen nieuwe wetenschap.
Ook al wordt af en toe het tegenovergestelde beweerd, hoogbouw (of misschien beter gezegd: dat deel van de bevolking dat zich hoogbouw kan veroorloven) lijkt vooralsnog relatief weinig problemen te hebben met corona. Dat zien we bijvoorbeeld in New York: een van de sterkst getroffen steden ter wereld. Manhattan is hier het minst geraakt door corona. Toch heeft ook hoogbouw zo zijn achilleshiel: de lift. Met z’n allen schouder aan schouder in de lift kan wellicht niet meer. Het kan zo maar zijn dat we een plekje in de lift moeten reserveren op een specifiek tijdstip met een app en dat we zo iets van onze privacy verliezen. Accepteren we dat?

Maar de wijze waarop hoogbouw tot stand komt, verandert hoogst-waarschijnlijk veel meer. Naast de technische maatregelen nodig om het intensief gebruik van liften te verminderen, zal nog meer aandacht moeten komen voor de garantie van een gezond binnenklimaat. Studies wijzen uit dat een goede ventilatie van levensbelang is om de kans op besmetting te reduceren, juist op plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen. Op de werkplek zal isolatie en afzondering belangrijker zijn, terwijl de ontmoetingsplaatsen ruimer en gezonder moeten worden. Het einde van volle kantoortuinen? Bestaande ontwerpopgaven vragen dus een andere ontwerpoplossing om invulling te geven aan de gewenste ‘healthy urban living and working’.
Tot slot, een beslissing op basis van uw persoonlijke fysieke gezondheid. Bent u er klaar voor? De maatschappij vraagt er om. De al ingezette duurzame opgave voor vastgoed verbreedt zich verder naar gezond stedelijk wonen en werken. Het is een opvallende bijvangst van de crisis: we hebben gezien dat het kan! Thuiswerken en online shoppen maken een enorme sprong vooruit. Het wegennet ontspant zich en het milieu haalt adem. De situatie versnelt de maatschappelijke druk om te komen tot een gezonde en duurzame omgeving. Die behoefte stimuleert een goed ontwerp voor nieuwbouw, met als belofte een hogere waardering voor ‘gezond vastgoed’. Waar particuliere kopers na de crisis geen vertrouwen hebben in deze toekomstwaarde, moeten investeerders eerst het pad banen.
Stichting Hoogbouw is ervan overtuigd dat de vraag naar een prettige gezonde woon- en werkomgeving in hoogbouw blijvend waar kan worden gemaakt. Wij doen daarom een open oproep aan alle vastgoedprofessionals, om hun kennis en kunde van design, techniek en finance te bundelen en samen toe te werken naar hoogbouw als gezond, veilig en crisisbestendig vastgoed. Doet u mee? Uw creatief denken willen wij dit jaar nog honoreren en motiveren middels een hoogbouw innovatie award.
Heeft u vragen naar aanleiding van het bovenstaande, graag een e-mail te sturen aan info@hoogbouw.nl.
Het nieuwe normaal in vastgoed
We kunnen natuurlijk niet om corona heen, maar we moeten én willen wel graag verder met de sector en weer vooruit kijken. En dat gaan we doen! Per 1 juli is het weer toegestaan om met een groep van maximaal 100 personen bij elkaar te komen om informatie uit te wisselen en te netwerken. Daarom organiseert Vastgoedjournaal op donderdag 2 juli 2020 het eerste event voor de vastgoedsector sinds maanden. Dit doen we op gepaste afstand en op een unieke locatie: De Johan Cruijff Arena. Meerdere inspirerende beslissers delen deze middag hun visie vanaf het voetbalveld met de aanwezigen die zitting nemen op de hoofdtribune. De vastgoedsector speelt eerder op het veld dan Ajax! Een unieke ervaring om samen te delen met uw relaties.
MEGA 2020
The course MEGA is concerned with the design, computation, engineering, and construction management of a high/large building. MEGA 2020 focuses on a highrise building. This design process is done as a collaborative digital design in a multidisciplinary group of students in which each student has his/her own different responsibility. The course targets master students in Architecture, Management in the Built Environment, Building Technology and Civil Engineering; and it is open to non-TUDelft students, conforming with TUDelft regulations. The course is supported by external (inter)national design/engineering offices. Students work in teams. The design team of 6 – 8 students is responsible for delivering an integrated design as a multidisciplinary team; while each student is responsible for one discipline. Disciplines involved are: architectural design; structural design; climate design and building services; façade design; project and construction management; computational design. The disciplines are divided amongst the team members; each member is responsible for the contribution and integration of these aspects in the collective design. Students are encouraged to match their role in the team with the specialization they follow in the Master track.